|
|
| // 2010 @ MOTORTHEORIE | |
|
|
Les 4: Remtechniek Motorfietsen zijn voorzien van een achterrem en een voorrem. Beide remmen moet u kunnen bedienen, zodanig dat bij ieder weertype of wegdek de optimale remvertraging verkregen kan worden. U moet natuurlijk wel zo rijden dat een noodstop zeer zelden nodig is. Het bedienen van de twee remmen vereisen een verschillende behandeling. Lees deze les door voor alle theorie met betrekking tot de remtechniek. remmen met de achterrem Wanneer u de achterrem te hard intrapt zal het achterwiel eenvoudig gaan blokkeren. Het achterwiel zal dan wel blokkeren, maar de motor niet. Het achterwiel kan ook gemakkelijk zijdelings wegslippen. U moet dan de rem loslaten om de motor weer in de juiste richting te krijgen. Een geblokkeerd wiel zal de remweg verlengen en slippen veroorzaken. Het beste remt u met de achterrem om tegen het blokkeren aan te remmen. Dus de rem zodanig bedienen dat het wiel nog maar net ronddraait. Als u op wegen rijdt, waarvan u denkt dat deze glad kunnen zijn, begin dan met het voorzichtig aanspreken van de achterrem, nadat u het gas heeft afgesloten. Wanneer u een zwaardere motor rijdt, moet u niet denken dat het achterwiel minder snel blokkeert. Ook wanneer u een passagier vervoerd zal dit het blokkeren niet vertragen. Corrigeren met een achterwielslip wanneer u een passagier vervoert is bovendien bijzonder moeilijk. remmen met voorrem De voorrem levert de meeste vertraging, maar is ook zeer zeker de gevaarlijkste. Wanneer een voorwiel blokkeert zal dit zeker leiden tot een valpartij. Het is daarom zeer belangrijk dat u deze goed leert te bedienen. Door de voorrem eerst ligt in te knijpen (aanleggen) zal de motor naar voren tegen de weg gedrukt worden en veert de motor van voren dus in. De beste manier om door te remmen is dan om de rem verder in te knijpen tegen het blokkeren aan en dan de remdruk verminderen. Dus: • aanleggen waardoor het gewicht naar voren verplaatst; • druk verhogen tegen het blokkeren aan; • druk verminderen. Harder remmen op een droog en stroef wegdek is goed mogelijk, maar op een glad, nat of met grind bevuild wegdeel niet. De motor zal dan veel eerder in een slip raken doordat de band niet op het wegdek staat, maar op water of op steentjes. De remdruk op dit soort wegdek moet dan dusdanig gedoseerd worden dat de vertraging zo groot mogelijk is zonder te blokkeren. remmen met beide remmen Het meeste optimaal remt u wanneer u beide remmen tegelijkertijd gebruikt tegen het blokkeren aan. Doordat de motor na het aanleggen van de voorrem naar voren duikt, zal de druk op de achterrem afnemen en zal de achterrem eerder willen blokkeren. Hierom dient u als volgt te remmen: • voorrem aanleggen; • druk verhogen op voorrem en achterrem aanleggen; • druk op beide remmen zetten, maar geen van beide wielen mag blokkeren; • druk afnemen van beide remmen naarmate de snelheid afneemt. Tijdens het remmen schakelt u tegelijkertijd terug naar een lagere versnelling, zodat u na het remmen sneller de weg weer sneller kunt vervolgen. Deze handelingen leert u alleen door veelvuldig te oefenen. Houdt er rekening mee dat wanneer u met een passagier of met volle bepakking rijdt, de stopafstand kan verdubbelen. Bijzondere remsituaties gladde obstakels Wanneer u over gladde obstakels rijdt is het beste om beide remmen te gebruiken. Wanner u echter over het gladde obstakel heen rijdt (zebrapaden, putdeksels, tramrails e.d.) moet u de voorrem loslaten en opnieuw aanleggen wanneer u het gladde obstakel voorbij bent. Dit is lastig omdat je wel moet schatten of er voldoende tijd voor dit alles is. Ook moet je er rekening mee houden, dat de banden gladder kunnen zijn dan voorheen doordat u misschien door de klei of olie bent gereden. Het is dus zaak dat u per situatie de zaak goed inschat en beoordeelt wat de minst kwalijke oplossing. Veelal zal dit zijn: zo hard mogelijk remmen, daarna remmen loslaten en dan opnieuw zo hard mogelijk remmen. remmen/uitwijken Wanneer u probeert te sturen en remmen tegelijk, zal de kans op slippen heel groot zijn. Dit is vooral zo, wanneer het wegdek nat is. Wanneer u iets wilt ontwijken, moet u slecht een ding tegelijk doen: of sturen of remmen. remmen in bochten Voor het ingaan van een bocht dient u eigenlijk al voldoende snelheid te hebben geminderd en teruggeschakeld te hebben. Maar er kunnen altijd noodsituaties ontstaan waardoor het noodzakelijk is dat u ook in de bocht kunt remmen. Let wel dat remmen en sturen niet tegelijkertijd kan. Dus u begint met de motor op te richten en dan zo hard als dat mogelijk is te remmen (let op: niet blokkeren). Daarna laat u de remmen weer los en legt de motor weer schuin om de bocht te vervolgen. Vervolgens trekt u de motor weer op om te kunnen remmen. Dit net zolang herhalen als nodig is.
|
|||||