|
|
| // 2010 @ AUTOTHEORIE | |
|
|
Les 13: Autowegen en autosnelwegen Hoe moet je jezelf gedragen op autowegen en autosnelwegen? Lees deze les door en je krijgt van ons het antwoord. Algemeen autowegen Deze wegen bestaan vaak uit 1 rijbaan met verkeer wat je tegemoet komt. Natuurlijk zijn er ook autowegen met gescheiden rijbanen. Naast dit verschil met een autosnelweg, kan een autoweg ook kruispunten hebben en zijn er meestal korte invoegstroken en geen vluchtstroken. Op een autoweg mogen alleen voertuigen rijden die harder kunnen rijden dan 50 km/u. De maximumsnelheid van een autoweg buiten de bebouwde kom ligt op 100 km/u. autosnelwegen Deze wegen hebben ten alle tijden gescheiden rijbanen en hebben altijd vluchtstroken en hebben twee of meer rijstroken. Bij meer dan drie rijstroken is er meestal ook links nog een vluchtstrook te vinden. De derde rijstrook mag niet worden bereden door vrachtauto's (langer dan 7 meter) en motorvoertuigen die een aanhangwagen hebben. Dit mag alleen met voorsorteren. Op de autosnelweg mogen alleen motorvoertuigen die minimaal 60 km/u kunnen rijden. De maximumsnelheid ligt hier op 120 km/u. Tijdens de spits kunnen er zogenaamde spitsstroken worden aangelegd die een tweebaansweg naar een driebaansweg omvormen. De maximumsnelheid ligt dan meestal een stuk lager. verboden op de autosnelweg en autoweg Je mag niet achteruit rijden, niet keren, niet stilstaan op de rijbaan, buiten een noodsituatie te parkeren, rijden of lopen in de berm of op de vluchtstrook en niet op derde rijbanen rijden met voertuigen langer dan 7 meter.
oversteken van de rijbaan Je mag de rijbaan van een autosnelweg nooit lopend oversteken. wat hoort niet bij de autosnelweg? Tankstations, parkeerplaatsen en bushaltes. Signalering boven de weg matrixborden Maximumsnelheden kunnen ook worden aangegeven met matrixborden boven de weg. Deze geven dan de op dat moment geldende maximumsnelheid aan.
portaalborden Dit zijn borden die aangeven of je wel of niet op een rijstrook mag rijden d.m.v. een groene streep of een rood kruis. Het spreekt vanzelf. Bij een rood kruis mag je niet rijden en bij een groene streep wel. Er kunnen ook pijlen op staan die aangeven welke rijstrook je moet volgen. het einde van een rijstrook Het kan zijn dat een rijstrook stopt. In dat geval staat er altijd het bord hiernaast. Houdt hier rekening mee! Invoegen en uitvoegen invoegstrook Op de invoegstrook moet je snelheid maken om met het verkeer op de autosnelweg mee te kunnen rijden. Het verkeer wat rechts rijdt, kan naar links gaan om ruimte te maken voor het invoegend verkeer maar zijn dit niet verplicht. Bij een korte invoegstrook moet je, als je er nog niet tussen kan, aan het begin van de invoegstrook wachten en als je in je spiegels een gaatje ziet heel hard optrekken om op de autosnelweg te komen. vluchtstrook Je mag met invoegen niet op de vluchtstrook rijden. Het mag alleen in noodsituaties. je moet richting aangeven! Het is verplicht je richtingaanwijzer te gebruiken wanneer je van rijbaan wisselt en wanneer je in- of uitvoegt. uitvoegen Wanneer je uitvoegt moet je ongeveer 300 meter van tevoren aangeven dat je uit wilt voegen. Rijdt vervolgens de uitvoegstrook op (nooit op de vluchtstrook al beginnen) en ga dan pas remmen. Check altijd wel even in de spiegels of er iemand naast je rijdt wanneer je uitvoegt. inhalen Op een in- en uitvoegstrook mag je verkeer op de normale rijbaan inhalen (ook van rechts). Kijk echter wel uit, want soms kunnen mensen je niet goed zien! wat zijn weefstroken? Dit is een combinatie van een in- en uitvoegstrook. Je moet hier dus opletten dat je ander verkeer niet hindert bij het in- of uitvoegen. alarmlichten In noodsituaties mag je op de vluchtstrook staan met je alarmlichten aan en een gevarendriehoek achter de auto. Je kan dan het beste ook de auto in de berm plaatsen om ongelukken te voorkomen. Wegwijzers beslissen Je moet, als je niet weet waar je naar toe moet, altijd op de borden langs en boven de weg letten. Je moet echter altijd op het verkeer blijven letten terwijl je op de overige borden kijkt! splitsing Dit bord geeft een splitsing van twee autosnelwegen aan.
lezen van een kaart Lees nooit een kaart onder het rijden! Lees hem van tevoren of laat hem lezen door een passagier van de auto. Wanneer je ergens naar toe wilt, moet je altijd de stroken onder de borden blijven volgen om een zo goed mogelijke reis te hebben! Op de borden boven de weg staan, naast plaatsnamen, ook vaak symbolen die iets uitbeelden zoals bijvoorbeeld een ziekenhuis of vliegveld. soorten wegen Je hebt drie soorten wegen: * De E-wegen: Europese autosnelwegen waarvan de nummering internationaal is vastgelegd. Deze staan in een groen veld. * De A-wegen: de autosnelwegen in Nederland. Deze staan in een rood veld. * De N-wegen: hoofdverkeerswegen die geen autosnelweg zijn. Deze staan in een geel veld.
|
|||||||||||