Adverteren op DriversOnly? Klik hier voor meer informatie.

                         // 2010 @ AUTOTHEORIE
 






 

Les 14: De verlichting van de auto
Welke verlichting moet je wanneer voeren? Deze les besteedt aandacht aan deze vraag.




verlichting

Verlichting is er om gezien te worden. Het is verstandig ook bij daglicht verlichting te voeren.


dimlicht

Dit licht moet je voeren wanneer het een beetje donker aan het worden is en wanneer het volledig donker is. Alleen met stadslicht rijden mag namelijk niet. Dit mag alleen in combinatie met of dimlicht, grootlicht of mistlicht.


groot licht

Dit gebruik je alleen wanneer je met dimlicht niet genoeg kan zien. Kijk uit, je kan mensen hiermee verblinden!


mistlicht

Wanneer je zicht ernstig belemmerd wordt door sneeuw, regen of mist, mag je aan de voorzijde van de auto je mistlicht voeren. Dit mag in combinatie met dimlicht of met groot licht. Er zijn ook auto's waar het mistlicht alleen te gebruiken is in combinatie met stadslicht. Het is niet verstandig om met dichte mist je groot licht te voeren. Door de mist wordt dit licht namelijk weerkaatst en wordt je als het ware door je eigen lampen verblind.

toelichting foto: met zware regenval mag je niet het mistachterlicht gebruiken



mistachterlicht

Mistachterlicht mag alleen gevoerd worden als het zicht minder dan 50 meter is door mist of sneeuwval. (dus niet bij regen!)


aanhangwagenverlichting

Wanneer je een aanhangwagen achter de auto hebt moet je bij slecht zicht overdag en 's nachts, verlichting van het kenteken en het voorgeschreven zijlicht voeren.


achterlicht en kentekenplaatverlichting

Deze verlichting moet branden als aan de voorzijde ook verlichting gevoerd wordt.


verblinding

Verblinding door verlichting ontstaat wanneer de verlichting niet goed afgesteld is of doordat de auto te zwaar is beladen, zodat het lijkt als of je groot licht voert. Zorg er daarom voor dat je auto niet te zwaar beladen is en de verlichting goed afgesteld staat.

Als je met groot licht rijdt, dan moet je het wel dimmen als er een tegenligger aankomt. Ook de voertuigen achter je kun je verblinden. En zelfs je voorliggers kun je verblinden met groot licht via de binnen- en buitenspiegel.


knippersignaal

Je kunt de ander er ook op attent maken, wanneer je zelf verblind dreigt te worden door zijn of haar lichten. Wanneer iemand daar niet op reageert dan is het beter om naar rechts te kijken, naar bijvoorbeeld de rechterkant van de rijbaan, in plaats van in de koplampen. Ook moet je snelheid minderen, omdat je niet meer goed kunt zien of de weg nog wel voldoende vrij is.


laagstaande zon

Het is nodig om ook bij een laagstaande zon licht te voeren. Denk eraan dat tegemoetkomend verkeer moeite zal hebben om jou te zien, als jij de laagstaande zon in je rug hebt. En als je dan dimlicht voert zien ze je sneller.


voetgangers op de rijbaan

Iedereen heeft in het verkeer lichten, behalve een voetganger. Let dus vooral in het donker op voetgangers, want zonder trottoir of fietspas zullen zij op de weg moeten lopen. Rij daarom op dit soort wegen niet helemaal rechts, als dat niet echt nodig is.


wegen onder bomen

Ook kan het op een zonnige dag nodig zijn om dimlicht te voeren zodat je opgemerkt wordt, zoals op een weg onder bomen. Soms staat er dan ook een bord met de tekst erop: "ontsteek uw lichten".


bermlicht

Deze zit aan de rechterkant aan de voorzijde en is rechts omlaag geplaatst. Deze lamp mag samen met dimlicht of mistlicht branden, maar mag niet samen branden met groot licht.


richtlicht

Dit is een draaibare lamp op een voertuig die bedoeld is om bijvoorbeeld een straatnaam te kunnen lezen. Het mag alleen gebruikt worden met dimlicht of met mistlicht. Natuurlijk mag hiermee niet het andere verkeer gehinderd worden en het mag alleen gebruikt worden wanneer je stapvoets rijdt of stilstaat.


markeringslicht

Dit is licht die de contouren oftewel de omtrek van het voertuig en de lading markeert.
Het zijn twee witte lichten aan de voorzijde en twee rode lichten aan de achterzijde. Deze mogen alleen branden als ook de normale verlichting wordt gevoerd.


stilstaande motorvoertuigen en aanhangers

Wanneer je met de auto buiten de bebouwde kom stilstaat op de rijbaan of op langs autosnelwegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken of vluchthavens moet je overdag bij slecht zicht en 's nachts stadlicht en achterlicht voeren. Dit geldt ook voor aanhangwagens en caravans.