|
|
| // 2010 @ AUTOTHEORIE | |
|
|
Les 19: Kennis van het voertuig Al de kennis die je moet hebben van het voertuig, wordt hier beschreven. APK (algemene periodieke keuring) Het is voor je auto nodig om af en toe een onderhoudsbeurt te krijgen. De garage geeft na elke beurt aan bij welke kilometerstand de volgende onderhoudsbeurt nodig is. Een auto ouder dan drie jaar moet eens per jaar APK gekeurd worden. Het is niet zo dat de auto na een APK een jaar zonder onderhoud verder kan rijden. Het motorisch gedeelte van de auto komt namelijk nauwelijks aan bod bij een APK. Wil je het hele jaar door veilig en zo zuinig mogelijk rijden, dan is regelmatig onderhoud een vereiste. Dit onderhoud kan je het beste laten verrichten door de garage waar je de auto hebt gekocht. Alleen als je zelf monteur bent of een automonteur cursus hebt gevolgd, kun je het zelf doen. Zelfs als je de auto bij een garage laat onderhouden, moet je nog wat handelingen zelf kunnen doen. Controles bandenprofiel controleren Het is nodig dat je regelmatig het profiel van je banden controleert. Als de profieldiepte namelijk minder dan 1,6 mm is, kan je in de problemen komen tijdens een zware regenbui bandenspanning controleren Je moet de bandenspanning kunnen controleren en als het nodig is aanpassen. Dit kun je doen bij elk benzinestation. Je drukt de nippel in van het ventiel en je kunt de bandenspanning van de meter aflezen. Als blijkt dat de meter minder aangeeft dan staat in het instructieboekje van de auto, moet je lucht toevoegen door op de vulknop te drukken.
wiel verwisselen Je moet zelf een wiel kunnen verwisselen. Hierom moet je niet wachten met oefenen totdat je een lekke band krijgt. De omstandigheden kunnen dan ongunstig zijn. Probeer het thuis een keer. olie controleren Je moet zelf kunnen controleren of er nog genoeg olie in de motor zit. Als er namelijk te weinig olie in de motor zit, slijt deze harder. Wanneer je het oliepeil wilt controleren moet je eerst de motor afzetten en paar minuten wachten tot de olie onder in de motor is gezakt. Haal daarna de peilstok eruit en maak deze schoon. Steek hem daarna terug in het peilgat. Wacht een paar seconden en haal de peilstok eruit. Je kan nu het olieniveau aflezen. Als het olieniveau onder peil is geeft een controlelampje in de auto dat aan. Je moet dan direct stoppen, en dat kan heel erg ongelegen komen. Regelmatig controleren van je oliepeil en het zonodig bijvullen voorkomt dit. ruitensproeier controleren Een ruitensproeier gebruik je voor het schoonhouden van je ruit tijdens het rijden. De vloeistof wordt opgeslagen in een reservoir wat af en toe bijgevuld moet worden. Je moet er voor zorgen dat je weet waar het reservoir zich bevindt. Zodra het gaat vriezen moet je antivries aan het sproeireservoir toevoegen. Dit voorkomt dat de vloeistof bevriest. rem- en koelvloeistof Ook moet je regelmatig de rem- en koelvloeistof controleren. Je kunt het minimum en maximumniveau aflezen op de reservoirs. Hier is het ook noodzaak dat je niet wacht met bijvullen tot de controlelampjes op het dashboard je waarschuwt voor een te laag niveau.
reservelampen vervangen Het is zeer belangrijk dat je zelf een lamp van de auto kunt vervangen. Zorg ervoor dat je altijd reserve lampen in de auto hebt liggen en vul zonodig de set aan. Net als voor het verwisselen van het wiel geldt dat je beter thuis kunt oefenen dan wanneer er daadwerkelijk een lamp onderweg kapot gaat. Voertuigeisen van een personenauto Het is verboden om in een auto te rijden of te laten rijden als: * de auto zo ingericht dat er onvoldoende zicht naar voren of opzij is; * de auto niet deugdelijk gebouwd of ingericht is en als die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert. * De auto niet voldoet aan de hieronder genoemde voertuigeisen; Een personenauto mag, inclusief lading niet langer zijn dan 12 meter, niet breder zijn dan 2.55 meter en niet hoger dan 4 meter. Een personenauto moet voorzien zijn van: * een veilig brandstofsysteem die geen lekkage vertoont en voorzien is van een passende tankdop. * een kentekenplaat aan de voor- en achterkant van de auto. De kentekenplaten dienen voorzien te zijn van een keurmerk en dienen goed leesbaar te zijn. Aan de achterkant moet het kenteken voorzien zijn van verlichting (wit) die gelijktijdig moet branden met je overige licht. * een snelheidsmeter die ook in de nacht goed afleesbaar is; * een uitlaatsysteem die over de gehele lengte gasdicht is; * een stuurinrichting waarbij de wielen goed reageren op de draaiing van het stuurwiel * luchtbanden met een profieldiepte van ten minste 1.6 mm; * een linkerbuitenspiegel en een binnenspiegel. Een rechterbuitenspiegel is pas verplicht wanneer het zicht via de binnenspiegel niet genoeg is; * een goed werkend veersysteem met goede schokdempers; * een goed werkend remsysteem, waarvan de voetrem op alle wielen werkt en de parkeerrem op minstens twee wielen; * goed werkende ruitenwissers, ruitensproeiers en verwarming voor verwaseming en ontdooiing van de voorruit; * ruiten die geen beschadigingen vertonen en die niet voorzien zijn van voorwerpen die het uitzicht kunnen belemmeren; * zitplaatsen die in elke stand vergrendeld zijn en autogordels voor alle zitplaatsen; * een goed werkende claxon met vaste toonhoogte; * twee of vier grote lichten, twee dimlichten en twee stadslichten (wit of geel) * twee achterlichten (rood) * twee remlichten (rood of oranje) * één of twee achteruitrijlichten (wit) die alleen kunnen branden wanner de versnelling in de achteruit geschakeld staat; * één of twee mistachterlichten (rood) * twee niet-driehoekige reflectoren aan de achterzijde (rood); * één zijrichtingaanwijzer aan elke kant van de auto * waarschuwingslichten aan de voorkant (wit of geel) en aan de achterkant (oranje of rood). Mistlichten aan de voorkant van auto zijn niet verplicht, maar komen wel op veel auto's voor. Wanneer een mistlicht aan de voor- of achterkant brandt moet dit te zien zijn aan een controlelampje op het dashboard. veiligheid Het is niet verplicht om een brandblusser, verbandtrommel en gevarendriehoek bij je te hebben, maar het wel verstandig. Ook als je niet zelf bij een ongeval betrokken bent. Wanneer je met pech stil komt te staan en je waarschuwingslichten werken niet, moet je een gevaren driehoek kunnen neerzetten.
|
|||||||